Knieletsel: voorste kruisband

Knieletsel: Voorste Kruisband

Een voorste kruisbandletsel is een relatief veel voorkomend probleem bij sporters. In Nederland worden jaarlijks tussen de 6000 en 8000 voorste kruisband reconstructies uitgevoerd. Dit is ongeveer 50% van alle voorste kruisband rupturen wat betekent dat per jaar ongeveer tussen de 12000 en 16000 voorste kruisband rupturen voorkomen.

Oorzaak

Een voorste kruisband ruptuur ontstaat door een naar buiten gedraaide (exorotatie) geblokkeerde voet waarbij de gebogen knie en het bovenbeen naar binnen draaien (endoratie) en het been in een zogenaamde X-stand staat.

Het letsel komt voornamelijk voor bij pivoterende sporten zoals voetbal, hockey, tennis, basketbal, volleybal, korfbal en diverse wintersporten.

Symptomen

Acute fase:
Bij ontstaan zal de patiënt een voelbare of zelfs hoorbare klap waarnemen en de knie wordt doorgaans vrij snel (binnen 10-20 minuten) dik. In sommige gevallen ontbreekt een zwelling en er is een scheur in het kniekapsel. Dit is meestal een indicatie voor een ernstiger letsel. Direct na het letsel is verder spelen niet mogelijk en de pijn verdwijnt meestal na twee weken.

Latere fase:
De patiënt blijft een instabiel gevoel houden bij het belasten van de knie en zal hierbij een toename waarnemen van instabiliteit bij buiging. Het instabiele gevoel komt vooral tot uiting bij lopen op oneffen ondergrond en bij het naar beneden lopen. Pijn in deze fase is geen specifiek kenmerk van instabiliteit maar wijst meer op een meniscus letsel.

De behandeling

Conservatief
Door middel van training van het spieren rondom de knie en algemene stabiliteitstraining onder leiding van een fysiotherapeut.
Voor deze behandeling wordt gekozen indien er:

  • geen of weinig instabiliteit in het dagelijks is.
  • weinig tot geen instabiliteit wordt waargenomen tijdens sportbeoefening en de aard van de sportbeoefening laag creatief is.
  • sprake is van een beroep met laag knie-belast werk.

Operatief
Hierbij wordt een voorste kruisband reconstructie uitgevoerd door óf de hamstring methode (eigen pees materiaal van de semitendinosus en gracilis pezen wordt gebruikt) óf een gedeelte van de patellapees (eigen kniepees) te gebruiken. Ook worden donorpezen (pezen afkomstig van overledenen) gebruikt. (In Nederland meestal niet bij de eerste reconstructie, maar voornamelijk bij recidief voorste kruisband rupturen.)
Voor deze behandeling wordt gekozen indien er:

  • instabiliteit (doorzakken) optreedt in het dagelijks leven en er geen reactie komt op conservatieve therapie.
  • de wens is om op niveau te blijven sporten.
  • knie belastend werk voor komt in het beroep van de patiënt.
  • bijkomende letsels van andere ligamenten en meniscus scheuren.

De operatie

Indien besloten is tot een reconstructie van de voorste kruisband dan zijn er drie mogelijkheden:

  • Reconstructie met eigen hamstringpezen
  • Reconstructie met eigen patellapees (kniepees)
  • Reconstructie met een donorpees, hierbij wordt gebruik gemaakt van een pees van een overleden persoon.

De laatste optie wordt in Nederland bijna niet toegepast bij een eerste reconstructie, wel vaker bij een tweede reconstructie nadat de reeds geopereerde kruisband opnieuw is gescheurd.

Er zijn, in elk bovenbeen, drie hamstringspieren (sartorius, gracilis en semitendinosus) aanwezig. Ze zitten aan de binnenkant van het bovenbeen. De spieren zitten met pezen aan de botten vast.
De aanhechting van twee (gracilis en semitendinosus) van de drie pezen wordt losgemaakt van het scheenbeen, net onder de binnenkant van de knie.
Hierna worden de pezen losgehaald uit de spier, de spieren blijven zitten in het boven been.
(Bij onderzoek is gebleken dat na ongeveer één jaar weer nieuwe pezen zijn ontstaan die vastgegroeid zijn aan de binnenkant van het scheenbeen).

Door de lengte van de pezen kan van elke pees een lus gemaakt worden zodat er vier strengen ontstaan.

 
In het scheenbeen en bovenbeen worden tunnels geboord waardoor de pezen worden geleid, zodat ze in de knie nagenoeg op dezelfde plaats komen als de eigen gescheurde voorste kruisband.
De pezen worden op het bovenbeen met een endobutton en op de scheenbeen met twee krammen vastgezet.
De nieuwe voorste kruisband groeit vast in de tunnels in het scheen- en bovenbeen.

De operatie wordt in dagbehandeling onder algehele narcose of spinale anesthesie (ruggenprik) uitgevoerd en duurt ongeveer 70 minuten.

Herstel

Na de operatie wordt een drukverband om de knie aangelegd. Na de operatie mag de geopereerde knie 50% belast worden, het lopen wordt ondersteund met 2 elleboogkrukken. Na 6 weken mag de knie volledig belast worden en zijn de elleboogkrukken in principe niet meer nodig.

Er wordt een nabehandelingsschema meegegeven. Dit schema dient gebruikt te worden voor de nabehandeling bij de eigen fysiotherapeut. U kunt hiervoor ook bij onze interne praktijk Spomed terecht. Bij een goed uitgevoerde nabehandeling kan na ongeveer 6-8 maanden weer met de “oude” sport (de sport waarbij de kruisband scheurde) weer worden begonnen.

Anatomie & Functie van de kruisbanden

De kruisbanden ontstaan al vroeg in de foetus, ze zijn in de 16e week al aanwezig. Er zijn er twee, een voorste (VKB) en een achterste (AKB). Ze fungeren in samenspel: als één van beide kapot is, wordt de functie van de ander hierdoor beïnvloed. Beide kruisbanden samen sturen de beweging van de gewrichtsvlakken van de knie. Dit betekent ook meteen dat tijdens de groei en ontwikkeling van de knie de vorm van de glijvlakken (kraakbeen) van boven- en onderbeen door de kruisbanden wordt gestuurd (en vice versa).

De voorste kruisband (oranje hiernaast) is de enige struktuur die in de vrijwel gestrekte knie de kracht van de sterkste bovenbeenspier (de quadriceps, rood), kan tegenwerken. De quadriceps of kniestrekker wil het onderbeen naar voren wil trekken (blauwe pijl) via de knieschijf (groen) en strekpees (geel). De knieschijf functioneert eigenlijk als een katrol, die de strekkracht van de quadriceps verder doet toenemen.

 
 
 
 
 

De voorste kruisband centraal in beeld bij een kijkoperatie

Als de voorste kruisband niet meer werkt wordt deze kracht opgevangen door o.a. de binnenmeniscus, maar deze is vooral gemaakt voor drukkrachten en niet voor de schuifkrachten die hij te verduren krijgt na een VKB letsel. Dit kan tot meniscusbeschadiging leiden. Bij ca. 70% van de mensen met een VKB letsel dat lan dan 1 jaar bestaat wordt zo’n meniscusletsel gezien bij MRI of kijkoperatie. Op zijn beurt kan zo’n meniscusletsel weer pijn – of slotklachten veroorzaken en op termijn van jaren kan een mate van (kraakbeen) slijtage het gevolg zijn.

Meniscus

Als de kruisband scheurt is er een kans van 30 – 70% dat op dat moment ook één of beide menisci scheuren. Dat is een grote spreiding en die wordt bepaald door of de knie wel of niet belast was ten tijde van het letsel. Zeg maar het verschil tussen een VKB letsel ontstaat bij landen van een sprong of bij bv. een verdraaiing van de knie in de lucht door een ski. Het merendeel van deze meniscusscheuren geneest zonder dat hiervoor geopereerd hoeft te worden. Deze genezing is zelfs beter dan bij de meniscusscheuren die niet gepaard gaan met een VKB letsel. Dit komt doordat er een bloeding in de knie ontstaat bij verscheuren van de VKB en dit bloed bevat de stoffen die de genezing van de meniscus op gang brengen. Ook lopen mensen met een VKB letsel een paar weken voorzichtig zonder gekke draaiingen van de knie. Hetzelfde fenomeen speelt bij hechten van een meniscus: de resultaten hiervan zijn beter als dit in combinatie met een VKB reconstructie gebeurt omdat tijdens deze ingreep ook weer bloed in de meniscusscheur komt.

Uw orthopedisch chirurg

Op parkmedischcentrum.nl gebruiken wij cookies voor gebruiksgemak, webstatistieken (analyse) en integratie met sociale media. Op onze cookies pagina kunt meer informatie vinden. U kunt toestemming geven door op de "Accepteren" knop te klikken.