Angiografie
|
Algemeen Voor een goede bescherming zijn de hersenen opgeborgen in de schedel en het ruggenmerg in de wervelkolom. Door deze goed beschutte positie zijn ze echter ook weinig toegankelijk voor de neurochirurg of neuroloog, die wil weten wat er precies aan aan het zenuwstelsel mankeert. Tegenwoordig staan aan de arts nauwkeurige beeldvormende technieken ter beschikking, zoals eerder al de Röntgentechnieken en de CT-scan en de MRI om de afwijking in een beeld zichtbaar te maken. Hij is nu hierdoor beter geïnformeerd over de aard en de plaats van de afwijking, waardoor een gerichte behandeling beter mogelijk wordt. Angiografie Tegenwoordig gebeurt angiografie door een soepel slangetje, een zogenaamde vaatcatheter, in de liesslagader in te brengen en op te voeren via de buikslagader totdat de opening van de catheter voor de afgang of in het bloedvat ligt dat afgebeeld moet worden. Dan wordt een kleine hoeveelheid contrastvloeistof ingespoten waarna direct röntgenopnamen worden gemaakt. Deze worden in een computer opgeslagen nadat de computer er bewerkingen op heeft uitgevoerd waardoor alleen het contrast en dus de vaatboom nog zichtbaar is. Al het omgevende weefsel, vooral het bot, is bij de genoemde computerbewerking er als het ware van "afgetrokken"; deze techniek heet dan ook Digitale Subtractie Angiografie (DSA). |









